“Minder regenval landen Afrika is mythe”

Veranderingen in regenval door klimaatverandering zijn bewezen in Afrika,  kleine boeren in ontwikkelingslanden hebben geen oog voor de markt en landdegradatie bedreigt wereldwijd de voedselzekerheid. Drie veronderstellingen die niet op de werkelijkheid berusten. Prof. Leo Stroosnijder van Wageningen UR prikt er doorheen.

Prof.dr.ir. Leo Stroosnijder zet na 45 jaar onderzoek aan Wageningen University de feiten en fabels rond zijn vakgebied op een rij. Zijn studieterrein heeft betrekking op erosie van landbouwgronden, bodem- en waterbeheer en de rol die de miljoenen kleine boeren – vaak vrouwen – in ontwikkelingslanden hierin hebben.

Zijn eerste mytheontmaskering betreft het ontbreken van rationale beslissingen bij met name boeren in Afrika. Volgens de scheidend hoogleraar is namelijk de neoklassieke economie van de vrije markt, het nemen van rationele beslissingen en maximaal profijt niet bruikbaar in ontwikkelingslanden. In plaats daarvan zegt de zgn. Culturele economie dat het bijvoorbeeld meer loont naar familie te reizen in tijden van droogte dan conserveringsmaatregelen te treffen, ook al omdat droogte vaak zeer lokaal (bv 20 km) is. Het aanknopen en verstevigen van relaties levert een grotere voedselzekerheid op dan investeren in anti-droogtemaatregelen.

Ook het gebrek aan marktoriëntatie dat Afrikaanse boeren wordt verweten is een mythe, aldus prof. Stroosnijder. Het is veel meer de beperkte toegang tot de markt die de boeren weerhoudt meer te produceren. Om meer te produceren zijn leningen nodig om investeringen te kunnen doen, maar in bijvoorbeeld Benin is de rente soms hoger dan 100 % zodat het voordeel van de extra productie volledig opgaat aan rentekosten, een schuldencrisis veroorzakend.

Nog een aan de mens gerelateerde mythe is dat duurzame ontwikkeling alleen mogelijk is met volledige participatie van boeren. De zgn. participatieve benadering in ontwikkelingssamenwerking is erg populair, maar zelden hoort een interviewer een ‘eerlijk’ antwoord op vragen. Meestal geeft de geïnterviewde boer een in zijn ogen wenselijk antwoord. Vaak is ook de kloof tussen de ongeletterde boeren en de andere meer ontwikkelde betrokkenen te groot.

Ook op het gebied van bode beschermende maatregelen zijn er een aantal mythes, aldus prof. Stroosnijder. Zo zou landdegradatie de voedselzekerheid bedreigen. Prof. Stroosnijder gelooft niet in dit doemscenario. De mythe stamt uit 1995 toen zou zijn aangetoond dat jaarlijks 8% aan productieverlies in de landbouw zou optreden, waardoor de hedendaagse productie nog slechts 20% zou moeten bedragen. Daarvan is niets gebleken, ook al beweert de FAO nog steeds dat er ‘dringend stappen genomen moeten worden’.

Zo popt ook in diverse subsidieaanvragen voor onderzoek de zinsnede op: ‘bewezen veranderingen in regenval door klimaatverandering’. Analyse van lange meetseries van regenval in Zimbabwe, Tanzania, Ethiopië, Burkina Faso en in Benin laten echter geen significante veranderingen in regenval zien, aldus Stroosnijder. “Een mythe dus. Noch landdegradatie, noch wijzigingen in regenval bedreigen de wereld. Een verandering van landgebruik en landkwaliteit wordt vaak landdegradatie genoemd, maar landontwikkeling zou een beter woord zijn.”

Ook het gunstige effect van een grootschalige aanpak van landdegradatie, als zou een kleinschalige aanpak niet werken, wijst Stroosnijder naar het land der fabelen, daarmee rechtstreeks duidend op het idee om een 8000 km lange en 40 km brede groene gordel in de Sahel aan te leggen die de verwoestijning van het gebied een halt moet toeroepen. “Al een mislukking voordat het van staat gaat”, oordeelt hij, omdat deze zone van nature honderden kilometers noord-zuidwaarts beweegt met een aantal opeenvolgende droge en natte jaren.

In een laatste categorie mythen, onderzoekmodellen, gaat de hoogleraar nog een stapje verder: Hoewel er nog basale vragen voor de bodemfysica zijn, is er “geen noodzaak om meer fysische details te kennen, omdat dat ons toegepaste vak niet per se verder brengt”, aldus prof.Stroosnijder. “Het is daarom ook een mythe dat we het vakgebied van de landdegradatie perfect in kaart kunnen brengen. Modellen zijn altijd maar een deel van de werkelijkheid en nooit beter dan de ingevoerde data. Wat vooral ontbreekt aan modellen is de menselijke factor.”

Prof.dr.ir. Leo Stroosnijder heeft inmiddels afscheid genomen van Wageningen University als hoogleraar Landdegradatie en ontwikkeling.

De tekst van dit artikel is gebaseerd op een persbericht van Wageningen University

Laat wat van je horen

*